De kerk

HERSTEL VAN HET SLECHTSTE IS AL SNEL BETER

Christenen hebben weinig reden om grote woorden te gebruiken over hun kerkgemeenschappen. Er gaat van alles fout. Er is ook al van het begin af van alles fout gegaan. Voor veel mensen is ‘kerk’ vooral de naam voor ruzies, frustraties en schandalen geworden. We schamen ons daarvoor. En we schamen ons nog meer bij het zien van de eindeloze verdeeldheid onder christenen. Toch willen we er maar niet het zwijgen toe doen over de kerk. Het bijzondere van de kerk zit tenslotte niet in de mensen, maar in God, die ons roept. We schamen ons voor onszelf, maar niet voor God. Eerst willen we daarom iets vertellen over Gods werken aan de kerk, vervolgens over de manier waarop hij daarbij mensen inschakelt. We komen dan vanzelf bij onze werkelijke situatie uit.

ALLES BEGINT MET HET EVANGELIE

Geen enkele kerk valt te denken zonder het evangelie, de goede boodschap over Jezus. Door hem wil God voor ons en met ons iets moois opbouwen. Toen Jezus op aarde leefde, trok hij rond in Palestina en verzamelde allerlei mensen om zich heen. Hij riep hen op, hem te volgen: met hem mee te gaan, het leven met hem te delen. Hij was als het ware de herder, de mensen die hem volgden de kudde. Nu is Jezus niet meer op aarde. Maar hij is niet dood. Hij leeft bij God. Bij het afscheid van zijn leerlingen gaf hij hun de opdracht op dezelfde manier door te gaan: ze moesten zoveel mogelijk mensen vertellen over Jezus en hen oproepen hem te volgen, het leven met hem te delen. En hij beloofde hen daarbij te steunen en te begeleiden (Matteüs 28, slot).

ALLES DRAAIT OM JEZUS

Met die boodschap zijn de leerlingen eropuit gegaan en hebben overal groepen mensen verzameld die Jezus wilden volgen. Dat was het begin van de kerk. En zo gaat het nog altijd. Jezus is dan ook de verbindende figuur in de kerk. Christenen hebben iets met elkaar omdat ze samen iets met Jezus hebben (en in Jezus met God). In de Bijbel wordt daarvoor het beeld gebruikt van een lichaam: Jezus is het hoofd en de christenen hebben allemaal hun eigen plaats als lichaamsdelen (1 Korintiërs 12). De kerk valt dan ook niet los van Jezus te denken. Vanouds noemen christenen de kerk de éne, heilige, algemene christelijke kerk (Twaalf Artikelen). Dat heeft allereerst de betekenis dat christenen zich één weten (een) met allen (wie dan ook, algemeen) die hun leven aan Jezus wijden (heilig). We merken die verbondenheid midden in de verdeeldheid van de kerken. Daarom is die verdeeldheid juist zo pijnlijk: mensen die bij elkaar horen, trekken niet samen op.

“Span u in om door de samenbindende kracht van de vrede de eenheid te bewaren die de Geest u geeft: één lichaam en één geest, zoals u één hoop hebt op grond van uw roeping, één Heer, één geloof, één doop, één God en Vader van allen, die boven allen, door allen en in allen is.” (Paulus aan de gemeente in Efeze, Efeziërs 4).

WAT HEBBEN WIJ ERMEE GEDAAN?

Intussen gaat God met ons als met mensen om. Hij dwingt niet, drilt niet, prest niet, maar spreekt mensen aan. En dan komen er ook mensen op het evangelie af van wie blijkt, dat het hun minder om Jezus gaat dan om macht of invloed. En de mensen die het wel om Jezus gaat, blijken heel gewoon te zijn, met hun eigen onmogelijkheden en gebreken. De eenheid van de christelijke kerk is feitelijk gebroken en gehavend. Tot onze schande. We hebben er geen behoefte aan van een afstandje te oordelen over wat er in de kerkgeschiedenis allemaal gebeurd is en nog gebeurt. We zijn er als christenen tot op zekere hoogte allemaal medeplichtig aan. God zelf zal eens oordelen en eerlijk veroordelen wat veroordeling verdient. Maar we hebben er ook geen behoefte aan maar bij de pakken neer te gaan zitten en ons neer te leggen bij de situatie.

WAT DOEN WIJ ERMEE?

Nog steeds roept God ons op ons niet alleen één te weten, maar de eenheid ook concreet vorm te geven en vast te houden met allen (wie dan ook) die hun leven aan Jezus wijden. Daar willen we ons in alle eerlijkheid voor inzetten. Die eerlijkheid houdt onder andere in dat we niet van plan zijn allerlei verschillen onder het vloerkleed te vegen. Er is maar weinig slechter dan als kerken en als christenen een eenheid te spelen die niet bestaat. Voor alles zal duidelijk moeten zijn dat het werkelijk gaat om verbondenheid tussen mensen die hun leven aan Jezus wijden. Hoe die verbondenheid concreet gestalte krijgt, vraagt veel creativiteit en zal per situatie verschillen. Het minste is wel dat we als christenen met elkaar in gesprek blijven en elkaar aanspreken. Maar vaak kan er ook meer. Die positieve opstelling hoort naar onze overtuiging bij de goede boodschap van de éne Herder en de éne kudde.