Doop en Avondmaal

VEELBETEKENEND

Vanouds worden nieuwe leden van de kerk gedoopt en viert de gemeente regelmatig het avondmaal. Wat zijn dat voor gebeurtenissen? En wat betekenen ze? Als je het eens meemaakt, zie je dat bij de doop iemand met water besprenkeld of ondergedompeld wordt. Bij het avondmaal wordt voor in de kerk een gestileerde maaltijd gehouden. In beide gevallen worden er bepaalde formules uitgesproken.

VEELBETEKENENDE HANDELINGEN

Doop en avondmaal zijn door Jezus ingestelde veelbetekenende handelingen. Die typering zullen we in het vervolg wat uitwerken.

JEZUS’ OPDRACHT

Zowel doop als avondmaal zijn door Jezus zelf ingesteld. Voor de doop kun je denken aan Matteüs 28:19: “Ga op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest.”

Wat het avondmaal betreft, herinnert Paulus in zijn eerste brief aan de gemeente in Korinte aan het volgende (1 Korintiërs 11:23 en verder):  “In de nacht waarin de Heer Jezus werd uitgeleverd, nam hij een brood, sprak het dankgebed uit, brak het brood en zei: ‘Dit is mijn lichaam voor jullie. Doe dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken.’ Zo nam hij na de maaltijd ook de beker, en hij zei: ‘Deze beker is het nieuwe verbond dat door mijn bloed gesloten wordt. Doe dit, telkens als jullie hieruit drinken, om mij te gedenken.'”

HANDELINGEN

In beide gevallen gaat het met nadruk om handelingen. Bij de doop gaat het maar niet om het water, maar om het dopen in water met de woorden ‘Ik doop u/je in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest’. Bij het avondmaal gaat het niet om brood en wijn, maar om het samen eten van het brood en het drinken van de wijn, waarbij de verbondenheid met Jezus wordt uitgesproken.

BETEKENIS

Die handelingen zijn veelbetekenend in meer dan één zin. In de eerste plaats zijn het tekens die naar iets anders verwijzen, te vergelijken met pictogrammen. Verder wordt er in deze handelingen ook heel veel uitgedrukt en verklaard. Het zijn sprekende handelingen, net als het plechtig doorknippen van een lint bij de opening van een nieuw gebouw.

WÍE ZEGT ER WÁT?

Heel zinnig is dan ook bij doop en avondmaal de vraag: wíe zegt er eigenlijk wát? Wie is de handelende persoon? En wat wil hij/zij met die handeling zeggen? Die vraag levert bij doop en avondmaal een verschillend antwoord op. We gaan nu eerst verder over de doop. Straks komen we terug op het avondmaal.

GOD ZEGT

Bij de doop is God zelf uiteindelijk de handelende persoon. Namens hem voert iemand van de kerk de handeling uit. Denk maar aan de opdracht van Jezus: doop hen in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Het is dus God zelf die bij de doop plechtig iets verklaart aan de gedoopte.

WAT DAN?

Daarvoor moeten we letten op de symboliek van de doop (waar staat het pictogram voor?). Zoals de naam al zegt gaat het bij dopen eigenlijk om onder-dompelen, kopje-onder gaan in het water en weer boven komen. Deze symboliek staat voor: doodgaan en weer levend worden. Ook al is in de geschiedenis van de kerk het dopen verder gestyleerd tot een besprenkelen met water, deze betekenis blijft bewaard.

IK GA JOU NIEUW MAKEN

In de doop zegt God zo tegen de gedoopte: zoals je bent, ben je niet goed, je moet nieuw worden. Ook jij moet doodgaan en weer levend gemaakt worden. En heel persoonlijk verklaart hij aan wie gedoopt wordt: Ik ga jou nieuw maken, eens helemaal volmaakt, maar ik begin meteen met je te vormen en je te leren. Het gaat er bij de doop dus niet om dat de gedoopte van alles verklaart en belooft. Niet de mens die gedoopt wordt zegt: ik geloof, ik hoor bij God, ik word nieuw. Nee, God is de handelende persoon. Daarom volgen wij in onze kerk ook het oudkerkelijk gebruik om de kinderen die in de gemeente geboren worden te dopen. God laat immers in de Bijbel weten dat ook zij bij hem horen.

WIJ ZEGGEN

Bij het avondmaal zijn wijzelf de handelende personen. Samen houden wij plechtig een gestyleerde maaltijd. Denk maar aan de opdracht van Jezus: doe dat om mij te gedenken. Wie avondmaal viert verklaart dus zelf plechtig een en ander. Als we letten op de symboliek van het avondmaal (het pictogram) zien we wat er verklaard wordt. Het avondmaal heeft een uitgebreidere beeld-spraak dan de doop. We werken die zo in drie onderdelen uit. Bij het avondmaal gaat het om een maaltijd die samen gehouden wordt. Het eten en drinken bij deze maaltijd staat voor Jezus’ leven voor ons (dit is mijn lichaam) en het resultaat daarvan (het nieuwe verbond in mijn bloed). Het avondmaal heeft daarbij het karakter van een feestmaal: net als bij het uitbrengen van een toost wordt bij de beker uitgesproken wat er gevierd wordt.

WIJ WILLEN JEZUS SAMEN ONTVANGEN

Het eten en drinken bij het avondmaal staan voor Jezus’ leven voor ons. Wie aan deze maaltijd meedoet, verklaart dus daarmee dat hij de gave van Jezus’ leven wil ontvangen, dat hij afhankelijk is van Jezus in heel zijn bestaan. Die gave van Jezus’ leven voor ons omvat heel veel. In ieder geval gaat het om verzoening van ons kwaad en energie om goed te leven. Maar het gaat ook om een nieuwe, goede verhouding (een nieuw verbond) met God.

WIJ WILLEN JEZUS SAMEN DELEN

Een maaltijd houd je altijd samen. Het is tegelijk een symbool voor onderlinge verbondenheid. Samen eten betekent samen delen. Dat wordt nog eens extra onderstreept door het breken van het brood. Het gaat dan om het afbreken van stukken van het ene brood om het te kunnen delen. Wie aan deze maaltijd meedoet, verklaart dus daarmee ook dat hij de gave van Jezus’ leven voor ons wil delen met de anderen die meedoen. Hier mee-eten betekent dat je zegt: ik wil alle avondmaalsgangers accepteren als broers en zussen om Jezus.

WIJ WILLEN JEZUS SAMEN VERWACHTEN

Wat we vieren in het avondmaal is het nieuwe verbond met God dat bekrachtigd is door Jezus’ dood. God heeft daarbij uiteindelijk een helemaal nieuwe schepping beloofd, een nieuwe wereld waarop vrede en recht heersen. Wie aan deze maaltijd meedoet, verklaart dus daarmee ook dat hij Jezus terug verwacht om die beloofde nieuwe werkelijkheid te realiseren. De blijdschap van de maaltijd hier is een voorproefje van de blijdschap later.